Enkele veel voorkomende soorten
Op deze pagina helpen we je om de talrijkste vogels op de voederplaats te leren herkennen. Klik hier voor meer foto's en tips.
Ekster (Pica pica)
Opvallende witzwarte vogel met lange staart en geen rode veren. Heeft blauw groen metaalkleurige glans in de vleugel- en staartveren.
Ganse jaar in de tuin.
Foto © Francois van Bauwel
Gaai (Garrulus glandarius)
Heeft lichtblauwe vlek in de vleugel. Verenkleed in hoofdzaak grijsbruin met roosbruine tint. Grote witte vlek boven de staart.
Mannetje en vrouwtje hebben hetzelfde verenkleed.
Ganse jaar in de tuin.
Foto © Francois van Bauwel
Groenling (Carduelis chloris)
De groenling is een vinkensoort met een dikkere kop, snavel en lichaam. De mannetjes zijn geelgroen met een grijze wang. Ze hebben een geel vlak in de vleugel. De borst is geelgroen.
Het vrouwtje groenling (foto) is fletser van kleur en het geelgroen is meer bruingrijs getint dan bij het mannetje. Ze heeft wel ook de dikkere kop, snavel en lichaam. Ze hebben ook een geel vlak in de vleugel.
Ganse jaar in de tuin, trekvogels versterken de aantallen van september tot maart.
Foto © Francois van Bauwel
Grote Bonte Specht (Dendrocopos major)
Zwartwitte vogel met opvallende rode vlek onder de staart. Heeft grote witte ovale vlekken in de vleugel.
Het mannetje heeft een rode nekvlek.
Ganse jaar in de tuin.
Foto © Francois van Bauwel
Heggenmus (Prunella modularis)
Heeft een dunne donkere snavel en opvallende streping op de rug en zijkant.
Mannetje en vrouwtje hebben hetzelfde verenkleed. Je ziet ze in tegenstelling tot huis- en ringmus zelden met meer dan twee tesamen.
Ganse jaar in de tuin.
Foto © Francois van Bauwel
Houtduif (Columba palumbus)
Grote, dikke duif met opvallende witte halsvlek. Blauwgrijze vleugels en roodbruine borst. In de vlucht zie je een brede witte baan in de vleugels.
Mannetje en vrouwtje hebben hetzelfde verenkleed.
Ganse jaar in de tuin.
Foto © Francois van Bauwel
Huismus (Passer domesticus)
Zaadeter en heeft dus een korte dikke snavel om zaad te vermalen. Het mannetje (foto) heeft een zwarte bef onder de snavel en een witgrijze wang. Het voorhoofd is lichtgrijs.
Het vrouwtje huismus heeft een lichtbruine kop waar de lichte oogstreep opvalt. Er is erg weinig wit in de vleugel. De flanken zijn niet duidelijk gestreept zoals bij de heggenmus.
De huismus zie je zelden alleen en de groepjes bestaan uit mannetjes en vrouwtjes.
Ganse jaar in de tuin.
Foto © Francois van Bauwel
Keep (Fringilla montifringilla)
De keep en het vinkenvrouwtje zijn ongeveer even groot. Het grote onderscheid is de zwart geschubde rug bij de keep. De snavel van de keep is in de winter en het voorjaar geel met een zwarte punt, die van de vink is bruin. De stuit is wit bij de keep maar dat valt vooral op in de vlucht.
Het kepenmannetje (foto) is feller oranje gekleurd en de kop wordt vooral naar het voorjaar toe zwart. De vlekken in de vleugels zijn oranjewit, de stuit boven de staart is felwit. De snavel is net als bij het vrouwtje geel met zwarte punt.
Broedt zeer zelden in Vlaanderen. Van eind september tot april doortrekker en wintergast.
Foto © Francois van Bauwel
Koolmees (Parus major)
Grootste mees, te herkennen aan de zwarte verticale buikstreep, zwarte pet met grote witte wangen. Op de foto staat een vrouwtje, de mannetjes hebben een nog duidelijkere streep op de buik.
Ganse jaar in de tuin.
Hoe aantrekken: Vetbollen, slingers ongebrande, ongezouten pinda's, halve kokosnoot, vogelzaad en zonnebloempitten. Geplette hazel- en okkernoten. Op de voedertafel, voederbuis, opgehangen in bomen of struiken.
Foto © Francois van Bauwel
Merel (Turdus merula)
Volwassen mannetjes (foto) zijn diepzwart gekleurd met een felgele snavel. Jongere mannetjes hebben een bruine tint in de vleugels en op de borst en een bruine snavel die geel inkleurt.
Een merelvrouwtje is bruin met een lichte keel. Ze heeft nooit echt witte borstveren zoals zang- en grote lijster. De vleugel is bruin.
De merel hipt met twee poten tegelijk, een spreeuw stapt poot voor poot.
Hoe aantrekken: Broodkruimels, appels/peren, gewelde krenten en rozijnen, kaasresten, schillen en klokhuizen, alle soorten bessen, gekookte aardappelen. Op de grond, sneeuwvrij, een open plek met beschutting dichtbij.
Ganse jaar in de tuin.
Foto © Francois van Bauwel
Pimpelmees (Cyanistes caeruleus)
De pimpel is kleiner dan de koolmees en herkenbaar aan het blauwe petje en de brede donkere halsband en oogstreep. De buik is geel. Heeft een smalle, grijszwarte middenstreep op de buik. Dit streepje is niet zo duidelijk als bij de koolmees.
Ganse jaar in de tuin.
Hoe aantrekken: vetbollen, slingers ongebrande, ongezouten pinda's, halve kokosnoot, vogelzaad en zonnebloempitten. Geplette hazel- en okkernoten. Op de voedertafel, voederbuis, opgehangen in bomen of struiken.
Foto © Francois van Bauwel
Ringmus (Passer montanus)
Het verenkleed is bij het mannetje en vrouwtje ringmus gelijk. De zwarte vlek op de witte wang is kenmerkend, de snavel heeft net als bij de keep een gele snavelbasis. De kleur van het voor- en achterhoofd is egaal kastanjebruin.
Ganse jaar in de tuin, trekvogels versterken de aantallen van september tot maart.
Hoe aantrekken: onkruidzaden, gemengd strooizaad, etensresten, zonnebloempitten, vetbol (soms) en broodkruimels. Op de grond, voedertafel, voederbuis.
Foto © Herman Blockx
Roodborst (Erithacus rubecula)
Mannetje en vrouwtje gelijk. Volwassen vogels onmiskenbaar door de roodoranje borst. Agressief vogeltje dat je zelden met meer dan twee op de voederplaats te zien krijgt.
Ganse jaar in de tuin.
Hoe aantrekken: Eet restjes van de voedertafel, zaadjes en broodkruimels.
Foto © Francois van Bauwel
Sijs (Carduelis spinus)
Kleine en slanke vinkensoort. Heeft donkere vleugels met contrastrijke gele vleugelstrepen. Mannetje (foto) in vol ornaat hebben een zwarte pet in het najaar is die zwarte pet grijs omrand. Het mannetje heeft een zwart befje.
Het vrouwtje is meer grijsgroen dan het mannetje en gestreept. Heeft geen zwart petje of zwarte bef. Mannetje en vrouwtje hebben een gele stuit.
Broedt zeer zelden in Vlaanderen. Van eind september tot april doortrekker en wintergast.
Hoe aantrekken: eet heel graag pindanoten in netje of voedersilo. Ook gemengd graan en zwarte zonnebleompitten en vetbol. Komt op voederbuis.
Foto © Francois van Bauwel
Spreeuw (Sturnus vulgaris)
Slanker dan de merel. Heeft witgele stippen en de donkere veren hebben een groene en paarse metaalglans. Heeft een lange, smalle snavel. De snavel is geel in het voorjaar maar donker in de winter.
Ganse jaar in de tuin, trekvogels versterken de aantallen van september tot maart.
Hoe aantrekken: Broodkruimels, appels/peren, gewelde krenten en rozijnen, kaasresten, schillen en klokhuizen, alle soorten bessen, gekookte aardappelen. Op de grond, sneeuwvrij, een open plek met beschutting dichtbij.
Foto © Francois van Bauwel
Staartmees (Aegithalos caudatus)
Zeer kleine mees die je altijd in paartjes en tijdens de winter in grotere groepen ziet. Is niet veel meer dan een bolletje met lange staart. De vlucht is licht golvend.
Ganse jaar in de tuin.
Hoe aantrekken: vetbollen, ongebrande+ ongezouten pinda's, halve kokosnoot, restjes vogelzaad, pinda- en insectencake. Op de voedertafel, voederbuis, opgehangen in bomen of struiken.
Foto © Francois van Bauwel
Turkse Tortel (Streptopelia decaocto)
Middelgrote duif met lange staart. Licht verenkleed met zwarte, wit omzoomde halsvlek.
Mannetje en vrouwtje hebben hetzelfde verenkleed.
Ganse jaar in de tuin.
Hoe aantrekken: eet zaden, granen, broodkruimels. Vooral op de grond maar ook op de voedertafel.
Foto © Francois van Bauwel
Vink (Fringilla coelebs)
Het vinkenvrouwtje heeft de dikkere snavel van een zaadeter. Het wit in de vleugels is opvallend waardoor ze zich onderscheidt van vrouwtje huismus. In de vlucht zie je ook wit in de staart.
Het mannetje vink (foto) heeft nog meer wit in de vleugels en heeft een egaalbruine rug. De kop en hals is grijs en dieper grijs gekleurd naar het voorjaar toe. In de vlucht zie je ook wit in de staart. De stuit (boven de staart) is grijsgroen.
Ganse jaar in de tuin, trekvogels versterken de aantallen van september tot maart.
Hoe aantrekken: onkruidzaden, gemengd strooizaad, etensresten, zonnebloempitten, vetbol (soms) en broodkruimels. Op de grond, voedertafel, voederbuis.
Foto © Francois van Bauwel
Winterkoning (Troglodytes troglodytes)
Zeer snel en zenuwachtig vogeltje. De opstaande staart is een uniek kenmerk van dit bruine vogeltje. Zoekt eten laag tegen de grond (minder dan 2 m).
Ganse jaar in de tuin.
Hoe aantrekken: eet spinnen en insecten. Eet restjes van de voedertafel, zaadjes en broodkruimels. Kan je verwennen met meelwormen, maden en larven, ...
Foto © Francois van Bauwel
Zanglijster (Turdus philomelos)
De bovenzijde is lichtbruin en de borst is wit met zwarte vlekken in de vorm van een pijlpunt. Onder de keel zijn de borstveren geelbeige gekleurd. Heeft witte oogring.
Mannetje en vrouwtje hebben eenzelfde verenkleed.
De meeste broedvogels trekken weg maar overwintert toch in kleine aantallen.
Hoe aantrekken: Broodkruimels, appels/peren, gewelde krenten en rozijnen, kaasresten, schillen en klokhuizen, alle soorten bessen, gekookte aardappelen. Op de grond, sneeuwvrij, een open plek met beschutting dichtbij.
Foto © Francois van Bauwel
Zwarte Kraai (Corvus corone)
Grote zwarte vogel met lange snavel. De zwarte veren in de vleugels hebben een metaalglans. Donker oog. In kleine groepen dan de kauw en heeft in tegenstelling tot de roek nooit wit aan de snavelbasis.
Ganse jaar in de tuin.
Hoe aantrekken: eet granen zoals maïs, keukenafval en broodkruimels. Eet vooral op de grond.
Foto © Francois van Bauwel